Inspiratie

Kunnen designers Stroomopwaarts weer echt stroomopwaarts krijgen?

Initiate
Geschreven op 20 december 2017

Steeds vaker zien we designers aan het werk in het sociaal domein. Het grote publiek denkt dat deze specialisten louter bezig zijn met de vormgeving van producten of conceptuele kunst. Niets is minder waar. De co-designsessie van 24 november bij Stroomopwaarts laat zien dat de designers nieuwe stijl inmiddels ook nadenken over vraagstukken als: ‘Hoe kun je het werk in een sociale werkvoorziening aangenamer en prikkelender maken?’ En: ‘Hoe kun je medewerkers hier stimuleren en activeren?’ Vragen waar Stroomopwaarts zich al tijden het hoofd over breekt. Designers laten zien dat je er ook anders naar kunt kijken.

What If Lab
De co-designsessie bij Stroomopwaarts werd georganiseerd door Initiate en Dutch Design Foundation (DDF). Sinds enige tijd organiseert DDF zogeheten What If Labs, waarbij designers zich buigen over vraagstukken van organisaties. Dat is eerder gedaan voor onder andere de Nederlandse Spoorwegen. In oktober, in het kader van de Dutch Design Week, trokken Initiate en DDF samen op in het eerste What If Lab voor de (locale) overheid. Die samenwerking beviel wederzijds zo goed dat nu met enige regelmaat ‘snelkookpansessie’ worden georganiseerd. Zo gingen tijdens de Dutch Design Week designers aan de slag voor de verslavingszorginstelling Novadic Kentron. En nu dan deze snelkookpansessie bij Stroomopwaarts in Schiedam.

Complex vraagstuk
Stroomopwaarts is een groot participatiebedrijf in de regio Rijnmond. De organisatie verzorgt de uitgifte van uitkeringen voor enkele gemeentes, maar is bovenal een mens-ontwikkelbedrijf. Het belangrijkste doel is het begeleiden van mensen naar regulier werk. In het eigen bedrijf werken zo’n duizend mensen met een lichamelijke of geestelijke beperking. Er werken zo’n vierhonderd mensen op de afdeling handmatige productie. Op hen concentreerde zich deze sessie. Zij zijn de groep met de meest complexe problematiek. Sommige van de medewerkers hebben een laag IQ en stoornissen als autisme. Zij zijn over het algemeen erg trots dát ze werken, vooral als ze weten wat ze maken. Ze kunnen vaak lang in eenzelfde cadans doorwerken, waar anderen eerder afgeleid zouden zijn. Toch is er veel ziekteverzuim. Veel medewerkers leven ongezond, hebben een heel beperkt sociaal leven, moeten rondkomen van weinig geld en hebben dikwijls psychische problemen. De uitdaging waar het in deze sessie om draait is het motiveren en activeren van de medewerkers op deze afdeling. Hoe zorgen we ervoor dat zij meer plezier beleven in wat ze doen en meer zicht krijgen op waar ze mee bezig zijn? Lukt het door het toevoegen van bijvoorbeeld spelelementen om het werk leuker en uitdagender te maken? Hoe kunnen hun prestaties meetbaar worden, voor de medewerkers zelf en voor Stroomopwaarts dat hierdoor een betere productieplanning kan maken? Hoe kunnen zij misschien ook op andere manieren worden geactiveerd, zoals op het gebied van een gezonde leefstijl? Zie daar de vragen waar de designers mee aan de slag gingen.

Vieren en waarderen
Het designbureau Bron van Doen uit Eindhoven had een driekoppig team afgevaardigd. Het team ontwikkelde een concept om met behulp van spelelementen de productiviteit te laten zien en deze te vieren. Er moet een gevoel ontstaan van ‘we doen dit samen’. Per dagdeel wordt een doel bepaald, waar dan alle teams van de verschillende afdelingen aan meewerken. De teams worden dus niet tegen elkaar opgezet. Als het doel gehaald is, wordt dat even gevierd. Dat kan heel eenvoudig, met een vrolijk geluidssignaal of applaus. Het gaat volgens ontwerper Minsung Wang vooral om het vieren van die kleine ‘overwinningen’, om de duidelijke en herhaalde appreciatie voor het werk. Om dit te visualiseren is een heel systeem bedacht.

Werken wordt spelen
De designers Bouke Bruins en Luigi Broschi trokken gezamenlijk op in hun conceptontwikkeling. De laatste opende zijn presentatie met de waarneming dat de werkomgeving van Stroomopwaarts is Schiedam nu nogal steriel en gedateerd oogt. ‘Het doet niet aan als een fijne werkomgeving.’ Eén van de door dit tweetal ontwikkelde concepten draait dan ook om het anders benutten van de centrale ruimtes, zoals de gangen. ‘We willen toe naar fun en interactie tussen de mensen die hier werken en begeleiden. Het gaat er niet in de eerste plaats om betere werknemers van de medewerkers te maken, maar om iets te doen dat hun leven aangenamer maakt. We realiseren ons dat het werk dat ze hier hebben voor veel van de mensen de enige kans is op sociale interactie. Als we dat kunnen verbeteren, zo is de gedachte, kunnen ze ook productiever worden. Dat wil zeggen: minder vaak ziek melden en zich meer gewaardeerd voelen. Ons staat voor ogen dat we zowel de individuele medewerkers als het collectief een dagelijkse taak geven. Het moet steeds klein en haalbaar zijn. Zo’n taak kan uiteenlopen van minder zoete dranken drinken (voor sommigen speelt dat kennelijk) tot in de middag een wandeling maken. Je kunt het ook per team doen: ‘Laten we eens kijken of we deze rol stickers met barcodes vandaag kunnen afwerken.’ Is de taak behaald, dan mogen die medewerkers met een dobbelsteen gooien en zo meedoen in een groot spel dat uitgezet is in de gangen. Het spel is dus continu aanwezig. Hier kun je daar beloningen aan koppelen, zoals bijvoorbeeld een cake met het team delen. De gehele werkomgeving wordt op deze manier één groot, functioneel spel.’

Werk persoonlijker gemaakt
Ten slotte presenteerde Bouke Bruins het idee om de gangen op te vrolijken met grote portretten alle medewerkers, en daarbij kleine verhalen over hun leven. Wie zijn ze? Wat is hun droom? Wie is er onlangs jarig geweest of heeft iets bijzonders gedaan? ‘Op die manier’, stelde Bouke, ‘kunnen medewerkers anderen meenemen in wat hen bezighoudt. Nu is iedereen min of maar anoniem, een gesloten boek. Medewerkers bepalen zelf wat ze willen delen. Zo wordt niet alleen de werkomgeving aantrekkelijker, het kan ook zorgen voor meer contacten en sociale interactie.’

Wordt vervolgd
Stroomopwaarts was blij verrast met de frisse inzichten en nieuwe invalshoeken. Unitmanager Martijn Bulte: ‘De designers hebben precies de juiste snaar geraakt. Het gaat bij Stroomopwaarts niet alleen over werk, maar vooral ook over de kwaliteit van het leven. Onlangs gingen we met een aantal mensen naar een begrafenis van een overleden medewerker. We waren daar de enigen. Dat doet je eens te meer beseffen wat wij in het leven van deze mensen betekenen. De business speelt absoluut een rol, maar ons werk maakt het bestaan voor veel mensen zinvol. Werk is in die zin de beste zorg. Het gaat hier zeker óók om zingeving, die zachtere waarde. Voor sommige medewerkers lijkt het alsof het er niet toe doet of ze nu wel of niet op het werk verschijnen. Ze denken dat ze toch wel inwisselbaar zijn, dat er zoveel mensen zijn die hun werk kunnen overnemen. En in zekere zin is dat ook zo, dat is de tragiek. Vandaag heeft ons laten zien wat er mogelijk is om die zingeving nog sterker te benadrukken.’

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *