Inspiratie

‘Waar overheden vastlopen, kunnen designers het denken openbreken.’

Initiate
Geschreven op 22 november 2017

De afgelopen Dutch Design Week in Eindhoven kende een primeur. Hier presenteerden de Dutch Design Foundation en Initiate de resultaten van het allereerste What If Lab ‘Local government meets design’. Martijn Paulen, directeur van Dutch Design Foundation, vindt het mooi dat nu ook (lokale) overheden we de wereld van design thinking hebben ontdekt. ‘Het haalt je uit het kringetje waar je altijd al in ronddraaide.’

De Dutch Design Foundation is het meest bekend als motor achter en organisator van de Dutch Design Week. Dit jaarlijkse evenement in Eindhoven is inmiddels uitgegroeid tot een van de grootste design-events ter wereld. Er komen honderdduizenden bezoekers op af, veel daarvan uit het buitenland. ‘Maar we wilden meer dan jaarlijks groots uitpakken’, vertelt Martijn Paulen. ‘Vanuit het bedrijfsleven bereikte ons steeds vaker het verzoek om eens mee te denken over de vraagstukken die daar liggen. “Hoe kunnen we duurzamer werken?” “Hoe kunnen we onze klanten beter van dienst zijn?” Vragen waar de R&D-afdeling zich soms al lange tijd op heeft stukgebeten. Het was voor deze vaak commerciële opdrachtgevers soms niet minder dan een cultuurshock om ineens op een heel andere manier tegen je eigen product, dienst of bedrijf aan te kijken. Want dat is wat designers doen. Niet voor niets is het thema van de Dutch Design Week “Stretch”. Designers stellen kritische vragen. Halen je uit je comfort zone. Stellen protocollen en procedures ter discussie. Ze zoeken de rek op. Dat vergt best veel van de opdrachtgevers, of dat nu bedrijven of overheden zijn. Er is altijd een spanning tussen deze twee werelden. Opdrachtgevers willen zekerheid over de uitkomst: “Wat ga je precies doen, bedenken? En waar kom je dan uit, wat levert het op?” Dat is nou precies wat ontwerpers ook nog niet weten. Daar zijn ze nou juist naar op zoek.’

Het denkraam openzetten
Marten Toonder bedacht ooit het woord ‘denkraam’. En dat dekt voor het betoog van Martijn Paulen precies de lading. Bedrijven en overheden zitten soms al lang te puzzelen op oplossingen voor vraagstukken. Ze zitten in een ruimte waarvan de denkramen inmiddels beslagen zijn, en de blik naar buiten vertroebeld is. ‘Zo zijn we onder andere in gesprek met een provincie waar complexe problemen over onder andere infrastructuur, logistiek, afval en de relatie tussen stad en platteland spelen. Zeggen: “Als wij nog een onderzoek laten doen, dan weten we eigenlijk de resultaten al. Als we een conferentie organiseren, dan kennen we eigenlijk de keynote speakers al. Sterker nog, we kennen de slides ook al. We draaien rond in een cirkeltje. We zitten gewoon vast.” Dat is de reden waarom ze naar nieuwe invalshoeken zoeken. Die kunnen bij uitstek komen van designers. Zij zijn er goed in om de menselijke context erin te brengen. Designers hebben een belangrijk voordeel ten opzichte van mensen die al zo lang met een vraagstuk bezig zijn: ze weten er soms bijna niets van. Maar ze zijn wel nieuwsgierig, hun leercurve is steil. Dan kun en durf je nog vragen te stellen. Daarom is dus het What If Lab opgezet. Designers komen met oplossingen die in het begin misschien nog heel naïef lijken. Maar ze zetten in elk geval aan tot beweging. De denkramen gaan open. Je kunt het ene idee aan het andere koppelen. Het What If Lab heet niet voor niets een Lab: een plek waar je vrij denkt, zoekt, probeert.’

Sociale vraagstukken oppakken
‘Designers pakken alles aan om een bestaande situatie beter te maken’, vervolgt Martijn. ‘Nieuwe materialen, nieuwe technieken. Maar het aardige is: ze pakken ook steeds vaker abstracte onderwerpen op. Tijdens de Dutch Design Week brachten we samen met de VPRO het programma Toekomstbouwers uit. Daarin zagen we onder andere Manon van Hoeckel. Zij wil met haar werk vooral sociale interactie bevorderen, dat mensen weer met elkaar in contact komen. Ik vroeg haar in dat programma niet voor niets wat haar materiaal is. Haar antwoord was: “Dat kunnen wasmachines zijn die we in het museum Boymans Van Beuningen neerzetten, of de Luisterruit die we voor de Nederlandse Spoorwegen hebben bedacht.” We zien dat designers het steeds leuker vinden om sociale vraagstukken op te pakken, om op die manier bij te dragen aan een betere wereld. Ze willen zinvol werk maken. Er is dus aan beide zijden momentum aan het opbouwen. Bij de provinciale overheden zijn we een aantal jaar geleden begonnen met een klein clubje dat aan de slag ging met Design Thinking. Dat begint steeds meer voet aan de grond te krijgen. Als er genoeg van die vonkjes ontstaan, kan het vuur gaan branden.’

Wegens succes geprolongeerd?
De samenwerking tussen Initiate en de Dutch Design Foundation is wederzijds zeer goed bevallen. De samenwerking is een rechtstreeks gevolg van de bijeenkomst van het InnovatieKabinet tijdens de Dutch Design Week in 2016, ook in het Klokgebouw. Daar werd als doelstelling voor 2017 onder andere geformuleerd dat er meer ingezet zou moeten worden op de realisatie van ideeën. Daar hebben vervolgens gedurende 2017 designers èn leden van het InnovatieKabinet concreet gehoor aan gegeven. Diverse leden hebben hun specifieke expertise ingebracht om challenges verder te brengen en ze waren betrokken bij de selectie van de designers in het kader van dit What If Lab. Deze nieuwe verbindingen zijn waardevol en leiden in 2018 mogelijk tot een voortzetting van deze succesvolle primeur. De beweging is ingezet, de contacten zijn gelegd. Dus tot ziens bij de Dutch Design Week 2018?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *